vrijdag 9 maart 2012

Inzetten op vleesvervangers

Ik wil het nog eens hebben over vleesvervangers. Laat ons eerst een paar dingen uit de weg hebben:
- ja, "vleesvervanger" is geen goede naam, want hij suggereert dat je vlees nodig hebt ("vleesvergeter" is bijvoobeeld leuker)
- nee, vleesvervangers zijn niet noodzakelijk voor de gezondheid
- nee, vleesvervangers zijn niet altijd gezond, ze zijn verwerkt, zijn zeker geen vervangers van verse groenten, enz.
- nee, vleesvervanges zijn niet altijd milieuvriendelijker dan vlees
- ja, vele vegetariërs zijn niet op zoek naar producten die zo hard op vlees lijken, dankuwel

Dergelijke bedenkingen over vleesvervangers zijn zeer valabel. Maar even over de andere kant. Zelf zal ik altijd de eerste zijn om een nieuwe vleesvervanger te proberen. Ik vind ze interessant, vaak lekker, en ik heb graag een goede bite of textuur. Voor mij geen probleem als ze op vlees lijken of aan vlees doen denken. Dat is misschien omdat ik altijd heel graag vlees gegeten heb. Soit, dat is allemaal puur persoonlijk.

Mij gaat het in de eerste plaats om het volgende:
Jaarlijks worden 60 miljard dieren gedood voor voedsel (ze leefden overigens in het overgrote deel van de gevallen in de intensieve veeteelt, in allesbehalve diervriendelijke omstandigheden). Uit die 60 miljard dieren worden weet ik veel hoeveel porties vlees gehaald. Mij is het erom te doen dat zoveel mogelijk van die vleesmaaltijden vervangen worden door vegetarische maaltijden, en dat de vraag om dieren te kweken en te doden dus zoveel mogelijk vermindert.

Hoe doe je dat? In de eerste plaats door een goed alternatief aan te bieden. Ik ben ervan overtuigd dat er weinig mensen zijn die kost wat kost een stukje dood dier in hun mond willen stoppen, en die willen of eisen dat er dieren gedood worden voor hun voedsel (vaak hoor je iets zeggen als: 't is jammer voor die dieren maar 't is nu eenmaal zo). Nee, waar het voor die mensen om draait is om de smaakervaring (inclusief de bite, de bereiding, enzovoort). En de smaakervaring die je krijgt door het eten van een stukje dier, kan je ongetwijfeld in vele gevallen heel sterk benaderen met een plantaardig alternatief, vaak tot op het punt dat het product ononderscheidbaar is van het vlees dat het "vervangt".

Het heeft volgens mij weinig zin om (wanneer je als vegetariër om eender welke reden tegen vleesvervangers bent) die grote massa mensen te proberen wijsmaken dat bvb. lekkere rauwe groenten minstens even lekker en zeker gezonder zijn dan vlees. Of dat ze geen verwerkte producten nodig hebben. Of dat ze verkeerd zijn te denken dat ze vlees moeten vervangen. Dat zijn, denk ik, allemaal een paar stappen te ver. Laat ons beginnen met de mensen de smaakervaring te geven waar ze naar op zoek zijn. Dat wil zeggen investeren in innovatie, onderzoek en ontwikkeling.

En dan zijn er verdere evoluties mogelijk. Op het gebied van het product, kunnen we het optimaliseren naar gezondheids- en milieueffecten. Op het gebied van de persoon, kan zijn of haar smaak ongetwijfeld verder evolueren en kan ie gezonder gaan eten en op de duur misschien geen vleesvervangers meer verlangen.

Vleesvervangers (we kunnen ze ook vleesvergeters noemen) zijn de beste manier om het aantal gedode en industrieel mishandelde dieren zo snel mogelijk te verkleinen of te beëindigen.

Bekijk zeker eens deze video met Mark Bittman, een van de meest invloedrijke hedendaagse schrijvers over voeding.



Ik herhaal even Bittmans woorden op het einde van deze video.

We kill nearly 8 billion chickens a year. Most of them are pumped full of antibiotics and raised in crowded, even torturous conditions. Wether we believe these chickens have souls or not, they have lives, they exist. And every time we kill one, a life is lost. Any time you can find an application where you're not using the chicken, you made some progress. Some people would say "well just eat vegetables instead", and I'm find with that. But some people want the chew, the experience, the flavor (...) And substitutes are really a step in the right direction.

Zie ook Bittmans column hierover en mijn eerdere post over vleesvervangers.

donderdag 8 maart 2012

It’s a man’s world… jammer genoeg

Ter gelegenheid van vrouwendag.
Waarschuwing: onderstaande tekst is niet verstoken van veralgemeningen en clichés.

Ik heb drie indrukken. Nummer één: dat de wereld nog altijd vooral door mannen bestuurd wordt. Twee: dat hij er heel wat beter zou uitzien als dat niet het geval was. Drie: dat vrouwen eigenlijk een stuk minder geïnteresseerd zijn dan mannen om hem te besturen.

Een en twee zullen wellicht op weinig protest stoten. Drie is wat anders. Geen idee wat de feministen van mijn statement denken, maar voor mij is het redelijk duidelijk dat vrouwen gemiddeld minder ambitieus zijn dan mannen. Dat is goed en dat is niet goed. Goed, omdat ze minder ambitieus zullen zijn om, in een zoektocht naar macht en geld, de wereld verder de vernieling in te helpen. Niet goed, omdat ze dan ook niet zo snel geneigd zullen zijn om door te stoten naar hoge structurele beleidsniveaus in overheden of organisaties om de dingen ten goede te keren. Mannen doen dat allemaal wel. Te veel, te snel, en met te weinig scrupules.

Twee belangrijke opmerkingen, voor er mensen kwaad worden. Ten eerste: het is voor vrouwen ongetwijfeld een stuk minder evident om "hoger" (wherever that may be) te geraken. De maatschappij maakt 't vrouwen moeilijker dan mannen (de situatie met de kinderen is wellicht de belangrijkste factor hier, maar er zijn er ongetwijfeld nog). Ten tweede nog iets over die ambitie. Een gebrek aan ambitie klink wellicht negatiever dan ik het bedoel. Een gebrek aan ambitie heeft ook mooie kanten. Want ambitie komt voor een groot stuk neer op de drang om zichzelf te bewijzen, een zoektocht naar erkenning, naar status ook. Ik kan me vergissen, maar ik zie dat allemaal meer in mannen dan in vrouwen. En het zou mooi zijn voor vrouwen als ik gelijk had, want een hang naar erkenning, dat is eigenlijk maar iets vervelends - iets waar ik alvast ooit hoop van af te geraken - binnen tienduizend levens, wanneer ik verlicht ben?

Ondertussen zijn er nog steeds veel meer vrouwelijke veggies dan mannelijke, en telt EVA telt meer vrouwelijke vrijwilligers en vrouwelijke medewerkers dan mannelijke. Zijn vrouwen meer empathisch? Kunnen ze zich beter identificeren met minderheids- en onderdrukte groepen, ook van de niet menselijke soort? De reden doet er weinig toe. Ze zijn met meer, en het zou leuk zijn als er meer onder hen sneller en massaler hun ladder zouden uithalen.

Vandaar mijn oproep aan vrouwelijke veggies, natuurbeschermers, sociale helpers, en gewoon iedereen met een groot hart: wees niet tevreden met je eigen leuke, goede ding doen in je directe omgeving, maar val aan, stoot door, klim op, move up. Droom grote dromen. Onze aarde heeft hulp nodig, en ze is veel te mooi en te waardevol om haar enkel aan mannelijk leiderschap over te laten.

zondag 26 februari 2012

In de natuur eten de dieren elkaar toch ook op?

“Red in tooth and claw,” zo luidt Tennysons beroemde omschrijving van “de natuur”. Er is iets voor te zeggen: de natuur kan wreed zijn. Zelf kan ik moeilijk kijken naar taferelen van leeuwen die antilopes verscheuren of krokodillen die een jonge gnoe in het water trekken. Het mag de natuur zijn, het mag “natuurlijk” zijn, maar ik vind het gruwelijk. Denk er even over na: levend verscheurd en opgegeten worden. Het moet je maar eens overkomen. Moeilijk om ons voor te stellen. Denken aan haaien, kannibalen of mensetende aliens kan helpen om de verbeelding te stimuleren. Vreselijk. Als er oerangst is, dan gaat die daarover. Opgegeten worden. Als er een schepper is, dan heeft ie het hier verdomd lelijk in elkaar gestoken.

Laat het nu net die gruwel zijn, hoe natuurlijk ook, die we zo vaak horen als argument om het eten van vlees te rechtvaardigen: in de natuur eten de dieren elkaar ook op.
Kan best ja. Maar bekijk het even anders: de mens, die aan de top van de voedselketen staat, is de enige diersoort die dusdanig is geëvolueerd dat hij hierin een bewuste keuze kan maken. Nooit eerder in de geschiedenis van onze planeet heeft (voor zover we weten) een diersoort gezegd: “dit ga ik nu eens niet opeten, omdat ik denk dat het beter is om dat niet te doen. Niet voor mezelf, maar voor dat dier.”
Wat voor een unieke opportuniteit ligt hier: los te geraken van die “natuurlijke” gruwel - want jawel, gruwel is het, hoe je het ook draait of keert - en ons erbuiten of erboven te plaatsen. Mag dat dan? Nee, het moet, willen we mens zijn.

Al duizenden jaren filosoferen we over wat goed is om te doen en wat niet goed is om te doen. Over hoe ethiek te rechtvaardigen, met of zonder god. We menen het antwoord nog niet gevonden te hebben, maar ik durf te zeggen dat we diep (of minder diep) in ons allemaal het vermogen hebben om goed van kwaad te onderscheiden. Zonder ethische systemen, zonder becijferingen, zonder de hulp van de Geschiedenis van de Westerse Filosofie of Peter Singer. En wat mij betreft is één ding duidelijk: het al dan niet moreel handelen heeft op een of andere manier iets te maken met de keuzes die we hebben, met hoe we *kunnen* handelen. Een dier heeft voor zover we weten geen keuze. Een baby of jong kind ook niet. Een zwakzinnige ook niet. Ze kunnen moeilijk immorele daden stellen. Wij, volwassen en normaal functionerende mensen, kunnen het wel.

Als er iets immoreel is, dan is het het niet gebruiken van ons moreel apparaat.
Als er iets is wat de mens van het dier moet onderscheiden, dan is het zijn vermogen tot moreel denken en handelen, tot empathie en compassie.
Als er iets is om trots op te zijn als mens, dan is het dat.

vrijdag 10 februari 2012

Potvis Theofiel

Wat moeten we aanvangen met een gestrande potvis? In het geval van het in Heist aangespoelde dier besloot men er elektriciteit van te maken. Het vet van de potvis zou veertien families een jaar lang van stroom kunnen voorzien .

Klinkt op het eerste gezicht wel goed: zoals we oude petflessen kunnen recycleren om er truien en weet ik veel wat van te maken, kunnen we uit dierlijk weefsel energie opwekken die ons kan warm houden, onze elektrische apparaten kan aandrijven, enzovoort. Wel besteed. Ashes to ashes, cradle to cradle.

En toch heb ik mijn bedenkingen, en houd ik er een beetje een wrang gevoel aan over. Amerikaanse conservatieven zouden zeggen: “is niets dan nog heilig?”. Ik wil het zover niet drijven, maar toch even doordenken.

Zouden we het met mensen doen? Een krantenkop als “Electrawinds haalt groene stroom uit mensen” zou tot een regeringscrisis kunnen leiden (aangenomen dat het niet gaat om het opwekken van stroom via beweging of zo). Ongetwijfeld zouden velen – die zich rekenen onder de vrijzinnige kant van de samenleving, wellicht - verdedigen dat we ook menselijke kadavers kunnen gebruiken voor het opwekken van stroom. En ik ben het niet noodzakelijk oneens daarmee. Ik ben er eigenlijk niet uit, en de opinie dat we ook lijken, in deze tijden van schaarste, maar goed kunnen benutten, staat voor mij op gelijke voet met de opvatting dat we de doden met rust moeten laten.

Dus geen uitgesproken mening daarover van mijn kant. Maar wel over het feit dat we dit zonder blikken of blozen doen bij een dier, terwijl er in het geval van mensen ongetwijfeld een enorm maatschappelijk debat aan vooraf zou gaan, jarenlang. Uiteraard is energie opwekken uit een dode potvis niet méér laakbaar dan het kweken van dieren (in doorgaans miserabele omstandigheden) om vervolgens hun stoffelijke overschot op te eten (iets wat we, eigenaardig genoeg dan weer net niet doen met dieren die van nature gestorven zijn). Maar hier gaat het om een dier dat we normaalgezien niet eten, dat eerder een curiosum is, een dier waar we gewoonlijk respect voor hebben (in tegenstelling tot de 250 miljoen koeien, varkens en pluimvee in ons land). De “commodificatie” van zijn of haar stoffelijk overschot heeft dus meer kans om ons op een of andere manier te raken.

Zij die het niet zien zitten met mensen maar wel met potvissen of andere dieren, mogen me zeker eens uitleggen wat de moreel relevante redenen voor dat onderscheid precies zijn. In elk geval neem ik aan dat, als we het ooit menselijke kadavers zouden gaan recycleren, we daarbij een zekere waardigheid in acht zouden nemen. Er zou respect zijn. Bij de uitvaart zouden we kunnen vertellen dat het lichaam van Jan Jansen (ik had de reflex om Bart De Wever de schrijven, maar zijn lichaam wordt in dit opzicht hoe langer hoe minder interessant) zal gebruikt worden om warmte te creëren. Het zal dienen om minder begoeden van energie te voorzien, enzovoort. Kortom, we zouden er een verhaal aan verbinden. En mij goed.

Maar niets van dat alles voor de potvis, die we, zoals alle dieren, alleen maar instrumenteel bekijken. “Potvis Theofiel zal zijn nut bewijzen,” kopt De Standaard. Verder dan dieren als nut zien geraken we niet. Geen gedachte gaat naar de strijd van Theofiel, die alleen en in paniek aanspoelt op een strand dat hij nog nooit gezien had, een lange doodstrijd leverde, onder het oog van wat nieuwsgierigen in stukken wordt gesneden, en uiteindelijk wat kachels doet branden. En het meest jammere voor ocharme wij mensen: als er toch even iemand stilstaat bij zijn heengaan, krijgt hij naar zijn hoofd dat dat, te midden van al het menselijke lijden, ongepast is, en zal hij als sentimenteel worden versleten.

Laat ze maar zeggen.

Rust zacht, potvis Theofiel. Hopelijk heeft je dood een paar mensen een beetje warmer kunnen maken.

woensdag 8 februari 2012

Soja en gezondheid

Gisteren kondigde Alpro aan om niet langer alleen sojaproducten te maken, maar haar focus te verleggen naar plantaardige voeding in het algemeen, onder het motto "Enjoy plant power." Er worden een amandelmelk en een hazelnootmelk aan het gamma toegevoegd. Sojaproducten zullen - tenminste voor de komende tijd - de corebusiness van het bedrijf blijven. En ik wou het even over die soja hebben.
Over soja is het publiek van vegetariërs en andere mensen die bewust en duurzaam proberen te consumeren, een beetje dubbel: enerzijds wordt er door een groot deel van die mensen veel van gegeten (sojadrinks, -room, -yoghurt, -burgers, -desserts) anderzijds heeft iedereen al wel es iets horen waaien over mogelijke gezondheids- en duurzaamheidsissues met soja. Laat ons die even bekijken. Vandaag: soja en gezondheid. Volgende keer soja en duurzaamheid.


Wat gezonde voeding betreft is het vaak moeilijk om door het bos de bomen te zien. Voor mensen die niet de tijd of de skills hebben om zelf al het onderzoek te doen, is het goed om voort te gaan op een aantal betrouwbare bronnen. Voor informatie over gezond eten kijk ik meestal naar de Amerikaanse vegan diëtisten Jack Norris en Ginny Messina. In België zijn er nauwelijks vegan of zelfs vegetarische diëtisten, en bovendien zijn Norris en Messina erg goed belezen en volgen ze de wetenschappelijke actualiteit op de voet. Dat ze zelf vegan zijn, lijkt me hun goede oordeel niet in gevaar te brengen, tenzij misschien in de omgekeerde richting: hoogstens lijken ze af en toe wat te overcompenseren voor het feit dat ze vegan zijn. Hun insteek is dat vegetariërs en vegans gezond moeten zijn en op dat gebied een goed voorbeeld moeten zijn voor andere mensen, willen ze efficiënt een boodschap verkondigen.

Jack Norris' uitgebreide artikel over soja, en voor mij een beetje de referentie dus, heet soy: what's the harm?. Volgens Norris is soja een van de meest controversiële plantaardige voedingsproducten, en is die controverse te wijten aan de fytoëstrogenen (ook isoflavonen genoemd) in soja, en aan het feit op zich dat er enorm veel studies zijn naar uitgevoerd (meer dan 10.000 in de laatste twintig jaar). Het wordt dan makkelijk om er een paar studies uit te lichten met negatieve resultaten, terwijl het overgrote deel positief is, aldus Norris. Omgekeerd kan het natuurlijk ook. Vandaar dat een review van alle studies belangrijk is, als je de ware toedracht wil weten. In zijn erg lange artikel bekijkt Norris de relatie tussen soja en borstkanker, de schildklier, cognitieve functie, mineraalopname, enzovoort.

Even Norris' samenvatting samenvatten dan:
- een of twee porties soja per dag kan het risico op prostaatkanker en op slechte cholesterol verlagen
- er is geen bewijs voor een negatieve impact op het risico op borstkanker integendeel: soja zou het risico eerder verlagen
- als soja eet wordt de inname van voldoende jodium extra belangrijk
- soja-zuigelingendrink is ok, behalve misschien voor baby's met schildklierproblemen
- wat soja en cognitie betreft (dementie enz.) blijkt er geen probleem
- niet zo lang geleden was de kwestie van hexaan in soja(isolaten) in de media: volgens Norris is niet duidelijk of hexaan echt schadelijk is, maar het is beter om soja te consumeren van bedrijven die geen hexaan gebruiken (aan Alproproducten komt bvb. geen hexaan te pas)
- fytaten in soja kunnen de opname van calcium, zink, ijzer en magnesium verminderen maar een gematigde consumptie van soja zou geen tekorten moeten veroorzaken
- wat betreft het veroorzaken van vrouwelijke eigenschappen in mannen, is er geen bewijs dat dat gebeurt bij gematigde consumptie. Bij heel hoge porties kan er bij sommige mannen aangroei zijn van het borstweefsel.

Verhelderend over isoflavonen en (fyto)estrogenen is ook dit artikel van Ginny Messina.

Zoals altijd zal je ook soja natuurlijk beter niet in eindeloze porties eten, maar momenteel blijkt dat soja een aantal gezondheidsvoordelen heeft, en dat er bij verstandig gebruik geen of nauwelijks risico's aan verbonden zijn.

PS: Overigens: Norris en Messina brachten eind vorig jaar gezamenlijk Vegan for Life uit.

dinsdag 7 februari 2012

Chris Dusauchoit

Ergens las ik - ik weet niet meer waar - dat de mens uitblinkt in zijn vermogen om zijn eigen bullshit weg te rationaliseren. We moeten natuurlijk zoals altijd met de pers enig voorbehouden aan de dag leggen (de journalist kan er het zijne van gemaakt hebben), maar als dit een getrouwe weergave is, dan slaat Chris Dusauchoit zowat alles.

Ik heb niets tegen Chris Dusauchoit en dieren in nesten helpen is een mooie daad :-) Maar even naar een interview met hem, deze week in Dag Allemaal

- Ben jij vegetariër?
- Helaas niet. Ik vind vlees nu eenmaal lekker en het komt er niet van
om ermee te stoppen.
- Eet jij weleens ganzenlever?
- Als het mij wordt aangeboden, ja. Ik zie graag dieren, maar ik ben geen
fanatiekeling. Ik vind het verdacht, mensen die hun ideeën tot in het absurde
doordrijven. Ik blijf liever met m’n voeten in de realiteit.


Wauw. Ik heb het niet over het eerste stukje: zoveel mensen vinden wel iets mis met vlees, maar slagen er niet in ermee te stoppen (ik heb daar zelf een jaar of tien mee geworsteld). Maar je, als dierenvriend, uit het eten van ganzenlever wegmurwen door het meteen over fanatisme te hebben en zelfs mensen die wel hun meningen in de praktijk willen omzetten, "verdacht" en zweverig noemen...

Sorry Chris, it's bullshit, and you know it.

zondag 8 januari 2012

Hypocrisie

Het woord hypocrisie is een moodkiller. We nemen de term zo graag in de mond, we verwijten anderen zo graag dat ze hypocriet zijn. Maar de vraag is wat we ermee opschieten. Wanneer we zeggen dat iemand hypocriet is, bedoelen we dat hij niet consistent of consequent is in zijn gedrag, of dat er geen consistentie is tussen zijn gedrag en zijn gedachten:

Wie recycleert maar de auto gebruikt, is hypocriet. Wie nooit met een auto rijdt maar naar een ver land vliegt op vakantie, is hypocriet. Wie principieel het vliegtuig vermijdt, maar vlees eet, is hypocriet. Wie geen vlees eet, maar leren schoenen draagt, is hypocriet. Enzovoort.

Mijn punt? Niemand is op alle gebied consistent, iedereen is in deze betekenis wel es (of vaak) hypocriet. Hypocrisie wordt een loze term. We kunnen 'm maar beter heel voorzichtig en spaarzaam gebruiken.

Omdat niemand helemaal consistent is, houdt gebruik van het woord hypocriet altijd een zwaar waardeoordeel in vanwege de persoon die het woord gebruikt. Als ik zeg dat jij hypocriet bent, betekent het dat je niet consistent bent in de dingen die *ik* belangrijk vind. Evengoed kan jij in mijn gedragingen of attitudes een of andere relatie of non-relatie vinden die je als hypocriet kan bestempelen.

Dus, opnieuw, het woord betekent niet zoveel. We doen weinig goed door het te gebruiken. Er zijn maar weinig mensen die beginnen nadenken wanneer hen verweten wordt hypocriet te zijn - de meesten voelen zich aangevallen.

Als we zeggen dat mensen hypocriet handelen of denken doordat, en dus impliciet voorstellen dat ze daarmee ophouden, dan hebben we wellicht liever niet dat ze in plaats van hier "goed" en daar "slecht" te handelen, maar beter over de hele lijn "slecht" handelen (want dat is dan niet hypocriet en dat is consistent). Nee, we willen dan dat ze over de hele lijn "goed" handelen. En dus vragen we eigenlijk om perfectie. En dat is veel gevraagd.
Even de zoals gewoonlijk zeer eloquente Jonathan Safran Foer aan het woord laten:

"We have to get away from the expectation of perfection because it really intimidates people who would otherwise make an effort. People use the fear of hypocrisy to justify total inaction. I wish I weren't as hypocritical as I am but I think that's just part of what it means to be a person."
(bron)

Als we mensen die een zekere inspanning maken, blijven hypocriet noemen omdat ze niet all the way gaan, is het voornaamste gevolg daarvan dat veel mensen niets gaan doen, omdat ze geen zin hebben om als hypocriet bestempeld te worden.

Ik weiger anderen of mezelf een excuus te geven om niets te doen, en vermijd dus het woord hypocriet.