maandag 1 april 2013

Een zen-gevoel bij het vissen?

Al enige tijd geleden (september 2012) stond in Knack een artikel over de opkomende populariteit van vissen ("de hengelsport") bij jongeren. De streamer van dat artikel luidde: "Ik hou van het zen-gevoel bij het vissen". Jongeren leiden een jachtig leven met heel veel prikkels, en de rust die ze vinden bij het vissen is welkom, zo klinkt het.

Dat snap ik wel, die nood aan rust. Maar wat voor een rust is het? Met "zen-gevoel" associeer ik stilte, rust, maar ook vrede. Die zie ik niet meteen in de "hengelsport", jammer genoeg. Hier en daar (of eigenlijk, overal) vind je dingen in onze maatschappij - bezigheden, voorwerpen, activiteiten, beroepen... whatever - waarbij de keerzijde van de medaille wordt doodgezwegen. Soms gaat het over dingen die helemaal worden opgehemeld. Vissen is er zo eentje. Lijkt op het eerste gezicht fantastisch, toch? Genieten van de natuur, de rust, het mooie weer, het gras... Wie kan daar nu iets tegen hebben?

Wel, de vissen zelf, om te beginnen. Als we even in onze verbeelding de rollen zouden omkeren bij het sportvissen, dan moet het om zoiets gaan: je zwemt nietsvermoedend ergens in een vijver of rivier. Plots zie je daar een lekker hapje in het water liggen. Het drijft zo recht voor je mond. Je hapt ernaar, maar zodra je je mond gesloten hebt, word je meegesleurd onder water. Je mond doet vreselijke pijn, en je dreigt te stikken. Je voelt een panische angst en spartelt voor je leven. Dan plots (als je geluk hebt) wordt je mond bevrijd en schiet je omhoog, weer uit het water. Je hebt 't overleefd, maar dit wil je echt niet nog een keer meemaken.

Voor iemand me zegt dat ik antropomorfiseer: de wetenschap is er er ondertussen al een tijdje over uit dat vissen pijn, angst en stress kunnen ervaren. Weinig zen-gevoel dus, voor die dieren.

In het Knack artikel wordt met geen woord gerept over dat aspect van "de hengelsport". Giovanni Vanhoren, jeugdcoordinator van de Vlaamse Vereniging van Hengelsportverbonden, verklaart de stijgende populariteit deels door hun eigen inspanningen: "Onze jeugdcel probeert zo veel mogelijk de sport te promoten bij jongeren." Een van hen getuigt: "Het heeft ook iets onnozels: lang zitten wachten tot je een vis vangt om hem vervolgens terug te gooien. Maar het gevoel wanneer je een vis vangt, is onbeschrijfelijk. Dat is pure adrenaline." (Ook adrenaline lijkt me incompatibel met zen-gevoel, maar soit.)

Terwijl de hengelbonden jongeren proberen aan te trekken voor hun "sport", hoop ik dat meer en meer mensen slimmer zijn dan dat en vissen kunnen zien voor wat het is, en dat onze jongeren rust mogen vinden in andere, meer vredelievende activiteiten. Ik denk maar aan fotografie ("take nothing but photographs, leave nothing but footprints"), of gewoon rustig aan de waterkant zitten, of vogels of insecten bestuderen.

dinsdag 19 maart 2013

Kiezen voor optimisme

"Optimisme is een morele plicht." Die bekende oneliner van Karl Popper, af en toe in de mond genomen door Guy Verhofstadt (doch dit terzijde), is een van mijn favoriete quotes. Een andere, daarbij nauw aansluitende, klinkt als volgt: of je nu gelooft of je iets kunt, of gelooft dat je iets niet kunt: in beide gevallen heb je wellicht gelijk. Doordenkertje :-)

De positieve kant van de dingen zien is een gewoonte die ik heb moeten aanleren - ze kwam niet van nature. Vroeger was ik eerder een zwartkijker. Maar ik weet niet hoeveel jaar geleden realiseerde ik me dat je niet alleen kan kiezen waar je op focust (op het positieve of op het negatieve bijvoorbeeld), maar dat die keuze ook een belangrijke impact heeft op je geluk, op je succes, op wat je doet in de wereld, op je energiepeil... Zo evident, maar toch... mocht iedereen dat constant in het achterhoofd houden (en ook ik kan het nog lang niet altijd), dan zou de wereld er wellicht heel anders uitzien.

Ik heb de indruk dat een positieve kijk onder mensen die willen werken aan een beter milieu, een andere wereld, een betere situatie voor dieren, of wat dan ook, nog minder evident is dan onder de "algemene" bevolking. Zo vaak lees of hoor ik: "mensen zijn egoïsten". "Mensen zullen niet veranderen". "Mensen denken enkel aan zichzelf". Enzovoort. Natuurlijk raak ik ook wel eens ontmoedigd, en heb ik van die gedachten, maar er zijn dan altijd snel andere, positievere gedachten die meer op de voorgrond komen. Ik geef er u een paar.

Je mag zeggen wat je wil van mensen, maar het is in de geschiedenis van onze aarde, voor zover we die kennen, nog nooit eerder gebeurd dat een diersoort zo massaal bezig was met het lot van anderen. Denk eens aan alle mensen in de ziekenzorg, armenzorg, mensen die actief zijn voor het milieu, in dierenorganisaties... Ja, misschien is het geweld vandaag ongezien (en dan nog, Steven Pinker toont aan dat 't vroeger erger was), maar ook dit is ongezien: miljoenen mensen die bezig zijn met andere mensen (en zelfs andere diersoorten) te helpen. Of zoals Jane Goodall zegt: je kan geen probleem vinden in de wereld waarvoor er geen mensen aan een oplossing aan het werken zijn.

Daarnaast bedenk ik me ook altijd: mensen veranderen. Mensen evolueren. Mensen groeien. Zelf was ik vroeger de grootste vleeseter die je je maar kon indenken, en vegetariërs ging ik te lijf met massa's onlogische en absurde argumenten. Vandaag is het anders.

Je kan je gedachten kiezen. Of dat alleszins leren. Als ik ergens een vreselijke youtube video tegenkom van groot onrecht of leed, dan dacht ik vroeger: wat voor een klootzakken die zo'n dingen doen. Vandaag denk ik: hoe geweldig, dat die zaken vandaag aan het licht komen, dankzij moderne technologie en mensen die er genoeg om geven om ze te verspreiden.

Wie weet raak ik ooit ontmoedigd, maar vandaag kies ik ervoor om in mensen te geloven. Ik geloof in onze rationaliteit en onze empathie. Als die er nog niet zijn, dan komen die er. Het heeft weinig zin om iets anders te geloven.

Kijk even naar deze foto's. Het zijn de gezichten van een aantal toeschouwers, die beelden van wrede slachthuisbeelden zien. Ja, het is makkelijk om te zeggen: ze zien dat, en dan gaan ze thuis vlees eten. Wellicht wel, maar je ziet dat deze mensen voelen. En dat, als ze maar genoeg voelen, als die deur altijd maar een beetje wijder wordt opengezet en als ze altijd maar een tikkeltje minder bang worden, ze ooit anders zullen handelen. Het klinkt misschien naief, maar mij geeft die gedachte energie. En deze gezichten geven me hoop. Ze vertonen misschien, ondanks het verdriet en de afschuw die erop te lezen staan, de mooiste gelaatsuitdrukkingen die ik ken.

zondag 17 maart 2013

Zo vrij als een veggie

Wij mensen hebben een hoge drang naar vrijheid. We willen liefst zoveel mogelijk kunnen doen wat we willen, zonder restricties. De dames van Pussy Riot moeten kunnen zingen wat ze willen, Salman Rushdie moet kunnen schrijven wat ie wil. We willen de vrijheid om Sarkozy een "con" te noemen en de vrijheid om een nationale vlag te verbranden.

Natuurlijk zijn er grenzen en meningsverschillen daarover. De vrijheid om wapens te dragen in de VS wordt niet door iedereen als nastrevenswaardig gezien. Maar op het gebied van eten is vrijheid nog steeds koning. We willen vrij zijn om te eten wat we willen. Ik eet mijn biefstuk, jij eet je zeewier en je bonenprutje. Verplicht me zelfs niet om één dag vegetarisch te eten. Geen betutteling! Raak niet aan mijn keuzevrijheid. Zo gaat de redenering.

Ik ben de laatste om keuzevrijheid weg te nemen (ook op Donderdag willen we dat mensen nog steeds kunnen kiezen voor vlees), maar laat ons even eerlijk zijn daarover. Die keuzevrijheid is vaak voor een groot stuk een illusie. Zeker op het gebied van eten. In welke mate kiezen we zelf wat we in onze mond steken? Natuurlijk beslist de gemiddelde supermarktbezoeker zelf of er vanavond worst of kotelet op het menu staat, met frieten of met aardappelpuree. Maar hoeveel wordt zijn keuze beïnvloed door traditie? Door wat zijn ouders aten? Door afprijzingen? Door het aanbod in de supermarkt en dus door de aankopers? Door wat de TV-chefs gekookt hebben de avond ervoor? Door de reclame (zie een vorig stukje daarover)? Vorige week bleek duidelijk hoe groot de invloed van commerciële belangen op ons bord wel is. Het populaire VRT programma Dagelijkse Kost "krijgt 282.500 euro van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) om bepaalde ingrediënten in de kijker te zetten," zo schreef De Standaard. Als dat geen (slinkse) betutteling is van de Vlaamse consument dan weet ik het ook niet meer...

De meeste vegetariërs die ik ken zijn heel bewust bezig met voeding. Ze weten meer dan gemiddeld waar hun eten vandaan komt en wat er in zit. Ze hebben voor zichzelf heel duidelijke criteria opgesteld rond wat ze wel en niet willen eten. Ze laten zich een pak minder misleiden door reclame. Ze eten niet zomaar wat hun ouders en grootouders aten, maar hebben over hun voeding nagedacht. En dat neemt allemaal niet weg dat ze genieten van lekker eten. Misschien nog meer dan andere mensen.

Dus ik durf zeggen: wat voedingskeuzes betreft, is niemand zo vrij als vegetariërs en andere bewuste eters.

dinsdag 12 maart 2013

Wat eet je dan in godsnaam?

Het moet een van de meest gestelde vragen zijn aan vegetariërs (en a fortiori aan veganisten): "wat kan je dan eigenlijk nog eten?". In de ogen van elke doorwinterde veggie, of zelfs maar van een flexitarische amateurkok, is het een vreemde vraag, en mijn antwoord erop is steevast: ik ben er 100% zeker van dat ik een rijker arsenaal aan ingrediënten en producten in mijn keuken heb dan 99% van de omnivore Vlamingen. Waarom? Als je vlees en vis vermijdt, ga je automatische op zoek naar alternatieven. Je komt in biowinkels, Aziatische specialiteitszaken, bij Afrikaanse kruideniertjes en weet ik veel, waar je producten ontdekt die je nog nooit geproefd of in je kast gehad hebt. Je verbreedt je horizonten, wordt avontuurlijker, breidt je smakenpalet uit en gaat voorbij de kerktoren van aardappelen-vlees-bloemkool kijken.

Toch is de vraag niet zo verwonderlijk. Eigenlijk is ons deel van de wereld (West-Europa zeg maar) misschien wel de minst goede voedingsbodem voor vegetarisch eten die je je maar kan inbeelden. De Franse (en andere Europese keukens) leggen de focus op vlees, en groenten zijn een versiering. Een maaltijd zonder vlees of vis is voor de meeste mensen nog steeds een moeilijk in te beelden concept. En er is ook helemaal geen traditie om op terug te vallen. In lezingen en presentaties vraag ik het publiek altijd: "wie van jullie kan me een vegetarisch hoofdgerecht opnoemen dat hij of zij doorgekregen heeft van moeder of grootmoeder?". Afgezien van de sporadische stoemp, of niet helemaal correcte antwoorden zoals bijgerechten of soep, is het altijd stil in de zaal.

Ik vertelde dit laatste gisteren even aan twee Indische journalisten die me interviewden. De dames konden hun oren niet geloven. Tijdens een reis in India vertelde een gastvrouw me dat ze drie keer per dag voor me kon koken, een heel jaar lang, zonder ooit hetzelfde gerecht te maken. De twee journalisten bevestigden dat een Indische vrouw inderdaad vaak een repertoire heeft van meer dan duizend recepten (die dan nog per regio verschillen). Die wat-eet-je-dan?-vraag, die zij ook soms krijgen wanneer ze westerse landen bezoeken, is voor hen dus ook totaal niet te begrijpen.

Vegetarische Indiërs die niet-vegetarische landgenoten willen bewustmaken van de voordelen van vegetarisch eten, moeten eigenlijk alleen het waarom uitleggen. Eens iemand dat waarom inziet, weet hij of zij wat te doen in de keuken. Niet zo hier. Als wij aan sensibilisering doen, moeten we het hebben over het waarom en het hoe. Als we duurzamer, gezonder en diervriendelijker willen leven, zullen Vlamingen, net zoals andere Europeanen, een beetje opnieuw (of voor de eerste keer) moeten leren koken. Ze kunnen daarbij leentje-buur spelen bij culturen die al vele jaren een rijke vegetarische traditie hebben.

Of ze kunnen het leren van de mensen die al vegetarisch eten. Dat zijn de mensen die, de volgende keer dat ze de wat-eet-je-vraag krijgen, kunnen antwoorden: "hoeveel tijd heb je?"

donderdag 28 februari 2013

Liever een beetje vegetarisch dan helemaal niet

Dit stuk verscheen bij Kort en Bondig in De Standaard van 28/2/2013

De logica in ons discours over vlees en dierenwelzijn is ver te zoeken schreef Joyce Brekelmans (DS 26 februari) naar aanleiding van het aanzwellende paardenvleesschandaal.

Klopt als een bus. Onze relatie met dieren is heel paradoxaal. De hond ligt gezellig bij de haard, terwijl jaarlijks ruim vijf miljoen Belgische varkens in het donker wachten om kotelet te worden. Zelfs onze houding tegenover één diersoort is vaak inconsistent. Zo las ik ooit bij de zoekertjes: ‘Konijnen te koop. Als gezelschapsdieren of voor de diepvries'.

De voornaamste reden voor die wat kromme logica is dat we enorme belangen hebben bij het gebruik van dieren. We schakelen ze in voor alles. Jaarlijks eten we er wereldwijd zestig miljard op. We gebruiken ze voor entertainment, voor gezelschap, we maken er jassen en tassen van en we doen er proeven op.

Maar wie tot de conclusie is gekomen dat er iets schort aan onze behandeling van dieren, dat er iets niet rechtvaardig is, moet ergens beginnen. Mevrouw Brekelmans vindt dat we mensen die bezorgd zijn over onverdoofd geslachte schapen en alle dagen plofkip kopen, maar beter kunnen uitlachen in plaats van er wetsvoorstellen voor in te dienen. Haar discours komt eigenlijk hierop neer: doe meteen alles, of begin er niet aan.

Het is een eis die we overal zien opduiken, ook in ecologische discussies: ‘Als je echt zo groen wil zijn en alleen biologisch wil eten, moet je ook niet met de auto rijden.' ‘Als je niet met de auto wil rijden, moet je ook niet met het vliegtuig reizen.' Wees consequent, is de oproep. En wie het niet is, is hypocriet.

Op een of ander intellectueel niveau lijkt dat logisch. Maar de redenering zet weinig zoden aan de dijk. Le mieux est l'ennemi du bien , schreef Voltaire. Aandringen op perfectie resulteert vaak gewoon in niets doen. Geef mij maar inconsistent goed in plaats van consistent fout. Geef mij maar mensen die proberen, die een stap zetten, die met een open geest, en eerlijk tegenover zichzelf, kijken naar wat ze wél al kunnen doen, en waar ze nog niet aan toe zijn. En die plofkip-eters die inzitten met dat onverdoofde schaap? Consistent zijn ze niet, maar ik zie daar een begin van iets. Een begin dat maar verder kan groeien als we het aanmoedigen, en dat in de kiem gesmoord wordt wanneer we het belachelijk maken of hypocriet noemen.

Allemaal zijn we op zoveel gebieden inconsistent en hypocriet. Dus heel veel betekent dat niet. Laten we dus vooral ophouden om begrippen als ‘consistentie' in te roepen als excuus om niets te ondernemen. Want als er in de wereld positieve evoluties plaatsvinden, dan is dat mede door al die kleine eerste stappen die al die inconsistente, goed bedoelende mensen zetten.

dinsdag 12 februari 2013

Veggie fundamentalisme

11 februari was ik even te gast bij Hautekiet op Radio 1 (herbeluister), waar we het hadden over het vegetarisch aanbod op restaurant, naar aanleiding van Dagen Zonder Vlees. Op een bepaald moment werd het commentaar van een luisteraar voorgelezen: naast de vleeseters die meedoen aan dagen zonder vlees, kunnen de vegetariërs misschien aangespoord worden om een dag wél vlees te eten, om zo een einde te helpen maken aan “het fundamentalisme”. Aldus die luisteraar.

Er was geen tijd om daarop te reageren op de radio, dus eventjes hier, in 't kort. Vegetariërs hoeven zich naar mijn bescheiden mening niet aangesproken te voelen wanneer anderen het hebben over fundamentalisme, fanatisme, of radicalisme. Als het je overtuiging is dat we dieren beter laten leven, of dat je geen producten van dierenleed wil eten, dan is er niets fundamentalistisch of radicaals aan om daar consequent in te zijn (en ik heb het hier over het dierenargument omdat dat eigenlijk het enige argument is om zo consequent géén vlees - of dierlijke producten - te eten). Er is niets verkeerds aan het consequent proberen te vermijden van vermijdbaar leed (ook al is volledige consequentie niet haalbaar, maar dat is een andere zaak).

Radicaliteit of fundamentalisme kunnen wél zitten in de manier waarop iemand met vegetarisme omgaat, en dan vooral in relatie tot de mensen rond hem of haar. Iemand kan fanatiek communiceren en zich intolerant opstellen naar mensen die anders eten dan hij.

Je kan dus fanatiek communiceren en handelen met anderen over het al dan niet eten van dieren, maar het al dan niet eten van dieren op zich, hoe consequent ook, hoeft niet radicaal, extreem, fundamentalistisch of fanatiek te zijn. Omgekeerd heeft tolerantie dus te maken met de manier van communiceren en omgaan met mensen, niet met wat je eet of niet eet.

zaterdag 19 januari 2013

Worden wij slimmer (en beter)?


Zoals in vorige post vermeld ga ik even verder door op Steven Pinkers The Better Angels of our Nature, het boek waarin betoogd wordt dat geweld op alle gebied verminderd is en dat we in de meest vredevolle eeuw ooit leven.

Een van de verklaringen die Pinker geeft voor deze positieve evolutie is de ontwikkeling van de rede en de intelligentie. Daarbij haalt hij het zogenaamde "Flynn effect" aan. Lees even Wikipedia's omschrijving van dat effect:

Het Flynn-effect is een verschijnsel in de psychodiagnostiek waarbij de gemiddelde score op intelligentietesten bij hernormering stijgt over de jaren heen (...) Een IQ test wordt in de regel genormeerd op een representatieve groep proefpersonen, waarbij het gemiddelde op 100 gesteld wordt. Berekent men enkele jaren later nieuwe normen, dan blijkt dat deze strenger worden: men moet meer vragen goed beantwoorden voor eenzelfde IQ score. Dit komt doordat de ruwe score (aantal goede antwoorden) van de nieuwe normgroep hoger ligt dan die van de eerdere. Zonder hernormering zou dit leiden tot een verhoging van het gemiddeld gemeten IQ (op de langer geleden genormeerde test) van zo'n 3 à 5 punten per decennium.

Het Flynn-effect zou (het is natuurlijk aan kritiek onderhevig) met andere woorden het volgende willen zeggen: wij worden slimmer. Nu zal u zeggen: slimmer (of rationeler) worden leidt niet noodzakelijk tot minder geweld of ethischer handelen (een aap kan geen atoombom ontwikkelen). Pinker betoogt echter dat intelligentie en rationaliteit wel een "vredebrengend" effect hebben. Ze zouden ertoe leiden dat we makkelijker afstand kunnen nemen van onmiddellijke bevrediging, dingen kunnen bekijken vanuit een wijder - minder parochiaal - perspectief, en ideeën kunnen framen in meer universele termen. Dat kan leiden tot betere morele engagementen, inclusief het vermijden van geweld.

Geweldige en hoopgevende these vond ik dit. Maar Pinker gaat nog wat verder en wordt nog concreter: we kunnen, zegt hij voorzichtig, onze recente voorouders "morally retarded" noemen. En opdat we niet zouden denken dat hij onrespectvol is naar die mensen toe, volgen een aantal sprekende voorbeelden. Ik citeer:

A century ago dozens of great writers and artists extolled the beauty and nobility of war, and eagerly looked forward to World War I. One "progressive" president, Theodore Roosevelt, wrote that the decimation of Native Amercians was necessary to prevent the continent from becoming a "game preserve for squalid savages," and that in nine out of ten cases, "the only good Indians are the dead Indians." Another, Woodrow Wilson, was a white supremacist who kept black students out of Princeton when h was president of the university, praised the Ku Klux Klan, cleansed the federal government of black employes (...). A third, Franklin Roosevelt, drove a hundred thousand American citizens into concentration camps because they were of the same race as the Japanese enemy. 

En dat ging er niet alleen in de VS zo aan toe:

On the other side of the Atlantic, the young Winston Churchill wrote of taking part in “a lot of jolly little wars against barbarous peoples” in the British Empire. In one of those jolly little wars, he wrote, “we proceeded systematically, village by village, and we destroyed the houses, filled up the wells, blew down the towers, cut down the shady trees, burned the crops and broke the reservoirs in punitive devastation.” Churchill defended these atrocities on the grounds that “the Aryan stock is bound to triumph,” and he said he was “strongly in favor of using poisoned gas against uncivilized tribes.” He blamed the people of India for a famine caused by British mismanagement because they kept “breeding like rabbits,” adding, “I hate Indians. They are a beastly people with a beastly religion” 

Vrij choquerend toch.

Zou het, in het licht van dergelijke morele en rationale evoluties, erg ongerijmd zijn om te stellen dat we binnen x aantal jaar met dezelfde verbazing zullen terugkijken naar hoe we dachten over dieren? Daarover gaat 't in een volgend stukje.